Wat een vreemd woord: theatermaker. Bedoeld wordt: iemand die theater maakt. Let op, het gaat hier niet om iemand die HET theater maakt, want dat is natuurlijk gewoon een architect, of een bouwvakker. Nee, sinds een jaar of 10 duikt “theatermaker” op i.p.v regisseur, schrijver, choreograaf, scenograaf, of een anderzijdse beroepsbezigheid waarvan men vroeger in de volksmond beweerde dat zij zich afspeelden “achter de schermen” van de schouwburg. Inmiddels zijn er nog nauwelijks mensen die daadwerkelijk werk vinden “achter de schermen van de schouwburg”, dus zouden we kunnen veronderstellen dat “theatermakers” hun theater maken, waar ze dat willen maken. Ook is het natuurlijk zo dat in het theater heden ten dage de cumul der functies hoogtij viert om economische redenen en “theatermaker” gewoon een proper woord is voor manusje-van-alles. Zo iemand die opduikt in het volgende gesprek: “Heb je het gehoord, Alfred heeft een toneelstuk geschreven! Ja, maar niemand wil het spelen dus dat gaat hij nu zelf maar doen. Hij heeft geen regisseur nodig en een scenograaf is ook overbodig, want hij heeft niet eens een zaal om het te spelen. Nee, hij noemt het een “locatieproject” en gaat er toernee mee doen door supermarkten. En tegen zijn schoonvader, die hem altijd aanwreef dat hij een professioneel werkloze was, zegt hij nu: nee, ik ben THEATERMAKER.”
Ik heb het woord de eerste keer gehoord toen ik in 1995 werkte in een kindertheatercentrum. Daar werden kleutertjes rondgeleid “achter de schermen” en toen ze voorbij kwamen in de refter waar een paar acteurs en een regisseur de kater van de vorige dag probeerden weg te spoelen met sloten koffie en een intelligent aandoende discussie, verkondigde de directrice van het centrum opgewekt aan de kindertjes: “En dit zijn de mensen die het theater maken. Dit zijn theatermakers.” Je zag de blikken van die kleutertjes naarstig speuren naar werktuigen die volgens hen bij “makers van het theater” horen, zoals hamertjes en beiteltjes, maar ze vonden niks en dus duurde hun interesse voor de hen inmiddels toegrijnzende acteurs-met-een-kater welgeteld 3 seconden.
Je hoort het ook nooit in een andere taal. In Duitsland, Frankrijk, Engeland, om alleen nog maar die te noemen, is werken in het theater namelijk een eerbare job. Ik mocht het genoegen smaken om ooit een met grootse titels beladen Duitser voor me te zien buigen toen hij vernam dat ik de schrijver van een stuk was dat hij zojuist had bekeken. Hij knikte eerbiedig en zei: “Herr Schriftsteller!”. Je hoeft jezelf in dat soort landen dus niet te excuseren met een titel die impliceert dat je ook daadwerkelijk iets maakt, iets tastbaars in de samenleving dropt. Dat laatste is zonder meer lachwekkend omdat in het theater nooit iets tastbaar gemaakt wordt. Het is er en een seconde later is het er niet meer. Het enige wat je doet is de verbeelding van de toeschouwer een beetje kietelen.
Waar ik vandaan kom is een “theatermaker” echter vooral een kleurrijke omschrijving van iemand met heel veel praatjes, een druktemaker. Het valt me dan ook zwaar als ik tegenwoordig mensen hoor die studeren voor “theatermaker”. Het doet me denken aan al die brave bourgeoismeisjes die iets moeten studeren om aan een “goede partij” te geraken, maar eigenlijk nooit van plan zijn om wat dan ook voor productiefs te doen behalve kinderen baren. Zij bekeren zich derhalve tot aangenaam nutteloze studierichtingen zoals filosofie of kleuterleidster. En nu kunnen deze lieden, vrouwen én mannen, dus ook studeren voor “theatermaker” en zich na hun studie hullen in zogenaamde vintage kleren die erop wijzen dat zij wel héééél politiek correct met recyclage bezig zijn. Wie een fijne verzameling van dit soort volk bezig wil zien, kan zich vanaf 26 augustus naar het theaterfestival begeven. Dat wordt weer dolletjes met al die makers!
0 reacties:
Een reactie plaatsen