En dan zijn er van die dagen...zoals gisteren. Drie keer lek gereden op 35 kilometer. Na de winter zitten er overal van die putten in de weg die je pas op het laatste moment ziet. Je voelt de schok en even later hangt je tube slap op de velg. Gisteren dus drie keer op rij. Ik heb altijd 2 reservebandjes mee, dus de eerste twee keer lukte het nog. De derde keer wist ik: shit, miserie. Gelukkig had ik net een kilometer of 10 lekker meegereden met een andere wielerfanaat, beetje kop gedaan, wat meegereden. Net toen ik op kop reed, paf: dat putje in Grobbendonk. Dus ik zeg tegen die gast, terwijl hij me voorbijschuift: "heb jij toevallig nog een reservebinnenband, want ik ben al 2 keer platgereden." En hij: "Ik ben bijna thuis". Waarop hij zich recht zet op zijn trappers en wegdribbelt. Even verderop staan gelukkig nog 2 fietsers te kletsen. Ook aan hen stel ik de vraag. "Nee, ik heb ze misschien zelf nog nodig straks". Ja, dat zal wel, kus dan mijn kloten. Dus: te voet verder terwijl ik naar huis bel en vraag om me op te pikken. Gelukkig is het niet ver. Ik stap nog wat verder, dan kom ik op het afgesproken ophaalpunt. Nog 3 collega's stoppen om de rampspoed te aanschouwen. Ook aan hen vraag ik of ze een binnenband kunnen missen. Ze vragen waar ik heen moet en besluiten dan om gewoon verder te rijden zonder zelfs nog maar te antwoorden of een excuus te bedenken.
Ik ben blij dat ik altijd alleen rij, want met dit soort klotevolk wil ik eigenlijk niks te maken hebben. En als ik er eens eentje in de gracht zie liggen, ga ik er voortaan op pissen en rij dan verder. Wielertoeristen van mijn kloten.
0 reacties:
Een reactie plaatsen